donderdag 23 maart 2017

brief


in al zijn leegte, al zijn maagd’lijkheid,
begrijpt hij wat zij aanstonds doet,
dus ziet hij ’n kaarsvlam in haar lamplicht,
een wijnglas in haar kop met thee
zijn linkerbovenhoek krult om
en verder wacht hij, wacht gedwee

en zij, de blik omfloerst, de tongpunt nat,
versiert het blad met wat zij wilde zeggen
voor zover zij ’t niet vergat

hij drinkt haar inkt, zijn vezels vol
haar schrijfhand tolt de zinnen door
maar desondanks verhult zij zich
en stopt, wellicht daardoor te vlug

hij laat haar vingers langs zijn rug

twee maal een half is hij
zij kust zo fijn zijn buitenzij

hij weet wat hij behoeden moet,
door regels zacht omarmd
hij hoopt dat wie hem straks ontvouwt
door wat zij zeggen wilde
wordt verwarmd

© ton de gruijter 

donderdag 9 maart 2017

wat u bent


’t is niet dat u uw mond of wangen, zelfs uw nagels kleurt
’t is niet dat u naar bloemen geurt
of kruiden, waar ‘k geen naam van weet
’t is evenmin dat u zich luchtig kleedt,
zo vloeiend, los, met aan de rand
een lint of bies, wat kant,
ook niet uw langer haar, uw huid
of, dankzij ’t schoeisel ’t bollen van de kuit

’t is ook niet dat uw lichaam anders oogt
met al wat ik niet heb en andersom
het is niet eens van dat de optelsom

ik leg er niet de vinger op, al heb ik dat zo vaak gepoogd

’t is dat waar men geen woord voor kent,
dat is precies zoals u bent

© ton de gruijter 

vrijdag 24 februari 2017

een schommel treft geen blaam


Vanaf vandaag, 24 februari 2017, is mijn nieuwste bundel beschikbaar.
Met veel plezier heb ik samen mogen werken met uitgeverij aquaZZ.
‘een schommel treft geen blaam’ is verkrijgbaar via de boekhandel, via bol.com, via de uitgever, en natuurlijk rechtstreeks bij mij.



Ik wens u veel leesplezier!

Nog geen week eerder werd ik blij verrast met de Nieuwegeinse Award voor kunst en cultuur.
De dingen vallen mooi samen.

dinsdag 14 februari 2017

plankendrager


’t ging goed met de stad, haar bevolking nam toe
en binnen de muren klonk daag’lijks rumoer
een handelshuis, klaar om het geld mee te maken,
een hoerenkot, waar men ’t weer kwijt kon geraken
de roemers, de kroezen, het rood op de wang,
het oppervlak vol van onduid’lijk belang

hij keerde zich af van de stad
wat planken van hout in een touw op de rug,
wat leeftocht, een kruik voor de dorst

en hier was het stil, in de nevel ontwaarde hij net de rivier
de oever, de overzij lonkte
’t leek anders, maar hoe zag hij niet, niet van hier

hij legde zijn planken als brug op de stroom
hij bond ze vervolgens weer vast op de rug
hij wist; als hij verder zou kijken dan wat hij kon zien,
hij ooit op een dag in de toekomst misschien
zijn schreden weer vinden zou, t’rug

van planken zou hij dan een hoogte oprichten
en spreken zou hij tot de rode gezichten
vertellen zou hij van de rust in de lucht,
de schoonheid van ’t zwijgen, ’t geluid van een zucht

© ton de gruijter

(ingegeven door de hoes van het eerste album van the gloaming)

maandag 6 februari 2017

het tellen der dagen


en weer kwam een eind aan de winterse tijd,
hun zeden gewoon werden dagen geteld,
’t bericht werd op pleinen gemeld
en middels pamfletten verspreid

zo kwamen de ouden bijeen,
verzameld bij ’n mistgrijze vlag
met elk een valies,
want nu ging men scheep en de prediker bad

de walkant was vol met de jongeren, stil
en onder de indruk, als ieder jaar weer

de wende,
de wende

hun zeden gewoon zou men later
het voorjaar begroeten
met werk aan de ploeg
met de zorg voor het vee
met een kruik in de kroeg

maar eerst bleef het stil, want de prediker bad
de ouderen gingen nu scheep
hun dagen – zo was door de bodes gemeld –
waren immers gedaan en geteld

de boeg koos haar koers, ’t ongewiss’ tegemoet
een enkeling weende nog zacht
maar werd overstemd,
want de scheepshoorn klonk haast
als een kalf
zich bewust
van de slacht

© ton de gruijter 

woensdag 25 januari 2017

voorproef


’t was of de tijd te weif’len stond,
’t geluid klonk plotseling veraf
’t was of een engel mij iets gaf,
mij ’n voorproef van de hemel zond

ik kuste haar, mild op de mond
en zoog haar smaak tot binnenin
zij werd het zuchten in mijn zin,
zij dwarrelt sindsdien in mij rond

haar lippendruk was zacht, zo zacht,
’t was of een engel langs mij streek,
en nog, in elke wakk’re nacht

dat is wat dat moment mij bracht
toen zij bij ’t kussen in mij keek,
verloor ik godzijdank mijn kracht

© ton de gruijter 

vrijdag 13 januari 2017

luchtkussen


zo’n dag dat de lucht is verstild door de kou
en grijzig door mist die blijft hangen,
op zó’n dag, als niemand goed kijkt volg ik jou,
gedreven door heim’lijk verlangen
zo’n dag dat het wolkendek neigt naar de grond,
de ademstoot zichtbaar blijft zweven,
op zó’n dag zuig ik graag het spoor uit jouw mond,
dan proef ik je, zij het slechts even
en jíj, die mij doorgaans hooghartig bruuskeert
weet niet dat geen vuur zich laat blussen
zolang jij je luchten, terwijl je passeert,
door mij ongemerkt toch laat kussen

© ton de gruijter