vrijdag 13 januari 2017

luchtkussen


zo’n dag dat de lucht is verstild door de kou
en grijzig door mist die blijft hangen,
op zó’n dag, als niemand goed kijkt volg ik jou,
gedreven door heim’lijk verlangen
zo’n dag dat het wolkendek neigt naar de grond,
de ademstoot zichtbaar blijft zweven,
op zó’n dag zuig ik graag het spoor uit jouw mond,
dan proef ik je, zij het slechts even
en jíj, die mij doorgaans hooghartig bruuskeert
weet niet dat geen vuur zich laat blussen
zolang jij je luchten, terwijl je passeert,
door mij ongemerkt toch laat kussen

© ton de gruijter 

donderdag 29 december 2016

radiofragment

afgelopen week mocht ik op de radio spreken, het fragment is te beluisteren via de link.

maandag 19 december 2016

ten halve


al weken waait een oostenwind,
een lispeling van koude streken
hem lijkt te worden aangegeven
dat wie niet gaat geen warmte vindt

het lijkt alsof een vuur oplaait

gedreven door een nieuw verlangen
(zijn vrijheid hield hem slechts gevangen)
gaat hij waar ook de wind heen waait

en ergens moet ‘ten halve’ zijn
maar nergens staat er opgeschreven
waar héén is, waar terug
er is slechts vochtgrond,
bodem die zijn pas te kussen lijkt
hij gaat waar ook de wind heen waait

er moeten kusten zijn,
een dijk of haven,
vol beloften

en waar de bossen wijken;
zand

hij voelt zijn handen,
vol met niets
want zelfs de vloed is weggeëbd
al weken waait een oostenwind
en bolt een laatste zeil naar west

en zo lijkt hij te vlot vertrokken
of eerder nog, te laat gearriveerd
hier staat de eenling, hij ’s verweesd
er moet een draling zijn geweest
de meeuwen huilen: ‘was gekeerd,
wie laat zich door de wind verlokken?’

© ton de gruijter 

dinsdag 22 november 2016

dwarrelvrij


het vlaagt, het vlaagt, de wind is dol
wat los komt waant zich dwarrelvrij
en heel de lucht lijkt bladerblij
het wentelwaait van groensel vol

steeds naakter worden twijg en tak
‘tabee, tabee, wij gaan op pad!’
zo ziet men in haast heel de stad
het vrijgekomen loverdak

maar na de vrijheid wacht de dood
dat weet d’ inmiddels blote boom
aan ’t einde van zo’n korte droom
wacht rotting in de straat of sloot

© ton de gruijter 

vrijdag 2 september 2016

zes man sterk


o martelgang, o martelgang,
het duurde heel het leven lang
van eerste kreet, dat vals gejank
tot godvergeten laatste plank,
tot aan het eind, het ‘land in zicht’

er bleef niets meer dan dood gewicht
(nog goed te doen voor zes man sterk),
en beitelwerk in ‘n grauwe zerk

© ton de gruijter 

zondag 21 augustus 2016

het helen dat ik vrees


’t is niet zozeer da ’k lijden moet
als wel het helen dat ik vrees,
het gif dat men mij binnengiet
en ’t zinloos snijden in het vlees

het is het zuigen van het bloed
en dat men aan mijn lichaam voelt,
de slangen die men door mij steekt;
’t is ongetwijfeld goed bedoeld

ach, eng’len in het wit; geef toe,
uiteind’lijk wint de klok de race.
’t is niet zozeer da ‘k lijden moet
als wel het helen dat ik vrees

© ton de gruijter

donderdag 4 augustus 2016

tussen twee en drie


dit is voor tussen twee en drie
zo ongeveer,
wanneer je weer een keer
de droeve gang beloopt
en tegenstrijdigheden hoopt

begroet haar zacht,
maar vraag niet hoe het gaat
bespaar haar het om bestwil ‘’t gaat wel goed’
(zo is ze opgevoed, ‘wees niet tot last’)

pak liever de vermoeide handen vast,
ze steekt ze immers naar je uit
en geef wat warmte aan de huid
en deel een traan
maar spreek niet, zwijg,
de stilte zegt genoeg

zo tussen twee en drie
is ’t altijd nog te vroeg

© ton de gruijter