vrijdag 24 februari 2017

een schommel treft geen blaam


Vanaf vandaag, 24 februari 2017, is mijn nieuwste bundel beschikbaar.
Met veel plezier heb ik samen mogen werken met uitgeverij aquaZZ.
‘een schommel treft geen blaam’ is verkrijgbaar via de boekhandel, via bol.com, via de uitgever, en natuurlijk rechtstreeks bij mij.



Ik wens u veel leesplezier!

Nog geen week eerder werd ik blij verrast met de Nieuwegeinse Award voor kunst en cultuur.
De dingen vallen mooi samen.

dinsdag 14 februari 2017

plankendrager


’t ging goed met de stad, haar bevolking nam toe
en binnen de muren klonk daag’lijks rumoer
een handelshuis, klaar om het geld mee te maken,
een hoerenkot, waar men ’t weer kwijt kon geraken
de roemers, de kroezen, het rood op de wang,
het oppervlak vol van onduid’lijk belang

hij keerde zich af van de stad
wat planken van hout in een touw op de rug,
wat leeftocht, een kruik voor de dorst

en hier was het stil, in de nevel ontwaarde hij net de rivier
de oever, de overzij lonkte
’t leek anders, maar hoe zag hij niet, niet van hier

hij legde zijn planken als brug op de stroom
hij bond ze vervolgens weer vast op de rug
hij wist; als hij verder zou kijken dan wat hij kon zien,
hij ooit op een dag in de toekomst misschien
zijn schreden weer vinden zou, t’rug

van planken zou dan een hoogte oprichten
en spreken zou hij tot de rode gezichten
vertellen zou hij van de rust in de lucht,
de schoonheid van ’t zwijgen, ’t geluid van een zucht

© ton de gruijter

(ingegeven door de hoes van het eerste album van the gloaming)

maandag 6 februari 2017

het tellen der dagen


en weer kwam een eind aan de winterse tijd,
hun zeden gewoon werden dagen geteld,
’t bericht werd op pleinen gemeld
en middels pamfletten verspreid

zo kwamen de ouden bijeen,
verzameld bij ’n mistgrijze vlag
met elk een valies,
want nu ging men scheep en de prediker bad

de walkant was vol met de jongeren, stil
en onder de indruk, als ieder jaar weer

de wende,
de wende

hun zeden gewoon zou men later
het voorjaar begroeten
met werk aan de ploeg
met de zorg voor het vee
met een kruik in de kroeg

maar eerst bleef het stil, want de prediker bad
de ouderen gingen nu scheep
hun dagen – zo was door de bodes gemeld –
waren immers gedaan en geteld

de boeg koos haar koers, ’t ongewiss’ tegemoet
een enkeling weende nog zacht
maar werd overstemd,
want de scheepshoorn klonk haast
als een kalf
zich bewust
van de slacht

© ton de gruijter 

woensdag 25 januari 2017

voorproef


’t was of de tijd te weif’len stond,
’t geluid klonk plotseling veraf
’t was of een engel mij iets gaf,
mij ’n voorproef van de hemel zond

ik kuste haar, mild op de mond
en zoog haar smaak tot binnenin
zij werd het zuchten in mijn zin,
zij dwarrelt sindsdien in mij rond

haar lippendruk was zacht, zo zacht,
’t was of een engel langs mij streek,
en nog, in elke wakk’re nacht

dat is wat dat moment mij bracht
toen zij bij ’t kussen in mij keek,
verloor ik godzijdank mijn kracht

© ton de gruijter 

vrijdag 13 januari 2017

luchtkussen


zo’n dag dat de lucht is verstild door de kou
en grijzig door mist die blijft hangen,
op zó’n dag, als niemand goed kijkt volg ik jou,
gedreven door heim’lijk verlangen
zo’n dag dat het wolkendek neigt naar de grond,
de ademstoot zichtbaar blijft zweven,
op zó’n dag zuig ik graag het spoor uit jouw mond,
dan proef ik je, zij het slechts even
en jíj, die mij doorgaans hooghartig bruuskeert
weet niet dat geen vuur zich laat blussen
zolang jij je luchten, terwijl je passeert,
door mij ongemerkt toch laat kussen

© ton de gruijter 

donderdag 29 december 2016

radiofragment

afgelopen week mocht ik op de radio spreken, het fragment is te beluisteren via de link.

maandag 19 december 2016

ten halve


al weken waait een oostenwind,
een lispeling van koude streken
hem lijkt te worden aangegeven
dat wie niet gaat geen warmte vindt

het lijkt alsof een vuur oplaait

gedreven door een nieuw verlangen
(zijn vrijheid hield hem slechts gevangen)
gaat hij waar ook de wind heen waait

en ergens moet ‘ten halve’ zijn
maar nergens staat er opgeschreven
waar héén is, waar terug
er is slechts vochtgrond,
bodem die zijn pas te kussen lijkt
hij gaat waar ook de wind heen waait

er moeten kusten zijn,
een dijk of haven,
vol beloften

en waar de bossen wijken;
zand

hij voelt zijn handen,
vol met niets
want zelfs de vloed is weggeëbd
al weken waait een oostenwind
en bolt een laatste zeil naar west

en zo lijkt hij te vlot vertrokken
of eerder nog, te laat gearriveerd
hier staat de eenling, hij ’s verweesd
er moet een draling zijn geweest
de meeuwen huilen: ‘was gekeerd,
wie laat zich door de wind verlokken?’

© ton de gruijter